Algemene voorwaarden
Voorwaarden: Op al onze aanbiedingen en werkzaamheden zijn, afhankelijk van het soort activiteit, de Nederlandse Expeditievoorwaarden van toepassing.
AVC Voorwaarden voor nationaal transport en distributie. CMR Voorwaarden voor internationaal transport en distributie.
De Nederlandse Vereniging van Expediteurs (“FENEX”) heeft op 15 maart 1956 de eerste editie van haar Standaard Handelsvoorwaarden (“STC” of “Fenex Voorwaarden”) uitgegeven. Sindsdien zijn de STC regelmatig herzien en bijgewerkt om gelijke tred te houden met de technische ontwikkelingen. ontwikkelingen, wetswijzigingen en rechterlijke uitspraken. Het Nederlands Burgerlijk Wetboek (“BW”) bevat in Boek 8 (de Wet op het vervoer van goederen en vervoermiddelen) een specifieke sectie gewijd aan overeenkomsten tot verzending van goederen[1]. De Fenex Voorwaarden zijn een aanvulling op de niet dwingende bepalingen uit Boek 8. Volgens het BW is een overeenkomst tot verzending van goederen een overeenkomst waarbij de ene partij (de expediteur) zich jegens de andere partij (de opdrachtgever) verbindt om voor de duur van ten gunste van laatstgenoemde, in één of meer vervoersovereenkomsten met een vervoerder tot vervoer van door de opdrachtgever ter beschikking te stellen goederen; of het betreft een overeenkomst waarbij de expediteur zich verbindt om in één of meer van dergelijke vervoersovereenkomsten een beding ten behoeve van de opdrachtgever op te nemen (artikel 8:60 BW). Uit deze definitie volgt gemakkelijk dat de expediteur, om als “expediteur” te worden gekwalificeerd, ervoor moet zorgen dat de goederen van A naar B worden verzonden.
Vanwege de aard van de door de expediteur aangegane verplichting is hij niet aansprakelijk voor de goede uitvoering van de vervoersovereenkomst door de vervoerder. De expediteur zal zonder specifieke instructies van de klant de volledige vrijheid hebben met betrekking tot de middelen, route en procedure die moeten worden gevolgd bij de uitvoering van de door hem te verlenen diensten. In de herziene versie 2018 van de Nederlandse Expeditievoorwaarden worden onder de door de expediteur te verrichten diensten verstaan alle activiteiten en werkzaamheden, in welke vorm en onder welke naam dan ook, inclusief die welke door de expediteur voor of namens de expediteur worden verricht. klant. Volgens deze definitie valt een groot aantal logistieke activiteiten van de expediteur onder de reikwijdte van de Fenex Voorwaarden. Terwijl het hiervoor bedoelde artikel van het BW uitsluitend betrekking heeft op de expeditie in strikte zin, zijn de Fenex Voorwaarden 2018 bedoeld om van toepassing te zijn op alle activiteiten van de expediteur in het kader van de bedrijfsuitoefening die onder de voorwaarden plaatsvindt, met uitzondering van de expediteur die zelf het goederenvervoer uitvoert.
De volgende bepalingen zijn nieuw ten opzichte van de versie uit 2004, of gaan over onderwerpen die ten opzichte van 2004 zijn verduidelijkt of gewijzigd.
Artikel 3 (Derden)
De klant geeft de expediteur nu de vrije hand om voor het uitvoeren van de opdracht derden in te schakelen overeenkomst, en de Algemene Voorwaarden van die derden namens en voor rekening en risico van de klant te aanvaarden, tenzij met de klant anders is overeengekomen.
In de versie van 2004 werd de aanvaarding van de door vervoerders en/of andere derde partijen gehanteerde Algemene Voorwaarden niet specifiek vermeld. Onder de 2004 mocht de expediteur reeds te allen tijde de documenten aanvaarden die de firma's waarmee hij contracteerde voor de uitvoering van zijn opdrachten gewoonlijk gebruikten van de klant (artikel 7.1 oud). Deze formulering is gehandhaafd in artikel 8.2 van de versie 2018.
Artikel 5 (Douanewerkzaamheden)
De versie uit 2004 was zeer summier over de vraag of de expediteur zich ook bezighield met het verrichten van douaneformaliteiten. Artikel 5.1 (2018) komt min of meer overeen met artikel 6.1 uit de versie uit 2004. In de versie van 2018 is duidelijk gemaakt dat het verstrekken van informatie door de klant een opdracht impliceert om douaneformaliteiten te vervullen. Deze opdracht vereist echter uitdrukkelijke schriftelijke aanvaarding door de expediteur, die niet verplicht is een bestelling te accepteren. het verrichten van douaneformaliteiten (artikel 5.2).
Indien de expediteur kennis krijgt van informatie of voorwaarden waaruit blijkt dat de klant niet de juiste en volledige informatie en/of documenten heeft verstrekt die relevant zijn voor de uitvoering van de overeenkomst, heeft hij het recht de overeenkomst te ontbinden, zonder enige verplichting tot schadevergoeding die daaruit voortvloeit. De verplichting van de klant om de expediteur tijdig alle relevante gegevens en documenten te verstrekken, wordt verder behandeld onder artikel 9.
Artikel 6 (Vergoedingen)
Artikel 6 (6.4-6.6) is grotendeels nieuw. De expediteur is gerechtigd een kostenstijging als gevolg van omstandigheden die van dien aard zijn dat het bij het sluiten van de overeenkomst niet noodzakelijk werd geacht rekening te houden met het risico dat deze omstandigheden zich zouden voordoen, in rekening te brengen, dan wel dat deze kunnen niet aan de expediteur worden toegerekend of wanneer derden die 's avonds, 's nachts, op zaterdag of op zon- of feestdagen bezig zijn met het laden of lossen van goederen, extra kosten in rekening brengen, of indien de laad- en/of lostijd te hoog is ontoereikend.
De expediteur is niet gerechtigd overliggelden, wachttijden etc. in rekening te brengen wanneer dit veroorzaakt is door opzet of bewuste roekeloosheid van de expediteur (artikel 6.6).
Artikel 7 (Verzekeringen)
De nieuwe bepalingen zijn vrijwel identiek aan de vorige in de versie van 2004 (destijds artikel 5). In de nieuwe versie is niet opgenomen dat de expediteur, indien de klant daarom verzoekt, zijn vorderingsrecht op de verzekeraars zal overdragen, indien hij de verzekering op eigen naam en niet op naam van de opdrachtgever heeft afgesloten ( artikel 5.2 oud). Wij missen een bepaling dat, tenzij schriftelijk anders overeengekomen, de expediteur niet verplicht is een afzonderlijke verzekering voor de goederen af te sluiten, maar de goederen kan declareren op elke open of algemene polis van de expediteur. Nieuw is tevens dat de expediteur vooraf met de opdrachtgever overlegt over het gebruik van eventueel speciaal materieel bij de uitvoering van zijn verplichtingen, indien dit materieel niet tot de standaarduitrusting van de expediteur behoort. Het overleg moet ook betrekking hebben op de vraag of de expediteur op kosten van de klant een verzekering moet afsluiten ter dekking van de risico's die verbonden zijn aan het gebruik van dergelijk speciaal materieel (artikel 7.3).
Artikel 8 (Leveringsdatum, wijze van levering en routes)
In de praktijk blijkt een tijdige prestatie door de expediteur voor de klant van het allergrootste belang. Als een klant de voorkeur geeft aan een tijdstip voor de levering van de goederen en hij dit in zijn aanvraag vermeldt, moet er rekening mee worden gehouden dat dit de expediteur juridisch niet bindt, tenzij de aankomst van de goederen is gespecificeerd als strikte termijnen die door de expediteur moeten worden gegarandeerd (artikel 8.1).
Ook als de wijze van levering en/of route voor de klant van belang is, dient de expediteur hier specifiek voor te worden geïnstrueerd. Voor het overige zijn de wijze van levering en de route ter beoordeling van de expediteur, met inbegrip van de vrijheid om de documenten te aanvaarden die gewoonlijk worden gebruikt door de bedrijven waarmee hij contracteert voor de uitvoering van de overeenkomst.
Artikel 9 (Aanvang van de Diensten)
In dit artikel worden de verplichtingen van de klant vastgelegd om de goederen in een geschikte verpakking tijdig op de overeengekomen locatie te leveren en de expediteur tijdig van alle relevante informatie en documenten te voorzien. Niet alleen garandeert de klant dat de door hem verstrekte gegevens en documenten juist en volledig zijn, maar hij garandeert ook dat de ter beschikking gestelde goederen naar hun bestemming voldoen aan de geldende wetgeving (artikel 9.3). Het is begrijpelijk dat een expediteur geen enkele aansprakelijkheid wil hebben voor de conformiteit van de goederen met de circa 2.000 Nederlandse nationale normen, 6.000 EU-normen en 9.000 internationale normen. De toepasselijke producttest- en certificeringseisen voor individuele productcategorieën zijn gespecificeerd in de verschillende EU-richtlijnen en het is redelijk om de naleving daarvan op de schouders van een fabrikant of importeur van deze goederen te leggen. Er is in de versie 2018 geen voorziening opgenomen voor goederen die de expediteur al ontvangt gestuwd in of op een transporteenheid (container, aanhangwagen, tankwagen, pallet of enig ander apparaat dat wordt gebruikt voor het vervoer van goederen). Het zou verstandig zijn geweest om een garantie van de klant op te nemen dat de transporteenheid in goede staat verkeert en geschikt is voor het vervoer naar de beoogde bestemming van de daarin of daarop geladen goederen.
Artikel 11 (Aansprakelijkheid)
De expediteur is alleen aansprakelijk voor schade of verlies, tenzij de klant kan bewijzen dat de schade of het verlies is veroorzaakt door schuld of nalatigheid van de expediteur of diens werknemers. In alle gevallen is de aansprakelijkheid van de expediteur beperkt tot 10.000 SDR per gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen met dezelfde schadeoorzaak, met dien verstande dat de aansprakelijkheid beperkt is tot 4 SDR per kg beschadigd of verloren gegaan brutogewicht. Een verdere beperking van de te vergoeden schade is de factuurwaarde van de goederen dan wel de marktwaarde, beide op het moment waarop de schade is ontstaan (artikel 11.4). De aansprakelijkheid van de klant en de verplichting om de expediteur vrij en schadeloos te stellen is uitgebreid ten opzichte van de versie uit 2004. De klant is aansprakelijk voor alle schade die de expediteur lijdt als gevolg van (onder meer) het niet nakomen door de klant van enige verplichting uit de overeenkomst of toepasselijke nationale en/of internationale wetgeving, en als gevolg daarvan van elk incident dat binnen de macht van de klant ligt, alsmede een gevolg is van de schuld of nalatigheid van de klant en zijn werknemers of onafhankelijke onderaannemers die in opdracht van de klant werken (artikel 11.7). Bovendien vrijwaart de klant de expediteur voor eventuele aanspraken van derden die verband houden met of voortvloeien uit de in artikel 11.7 bedoelde schade (artikel 11.8).
De laatste leden van artikel 11 (11.10, 11.11 en 11.12) zijn overgenomen uit de Nederlandse Logistieke Dienstenvoorwaarden 2014 om de expediteur te beschermen tegen aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad (artikel 11.10) en om werknemers en derden de bescherming van de vrijstellingen en beperkingen van de aansprakelijkheid van de expediteur.
Artikel 17 (Borgstellingen)
In de versie uit 2004 ontstond alleen een pandrecht en een retentierecht op alle goederen, documenten en gelden die de expediteur onder zich had tegenover iedere partij die de aflevering ervan verlangde (artikel 19 oud). De 2018-versie introduceert tevens het recht om de levering te weigeren van goederen, documenten en gelden, die de expediteur heeft of zal verkrijgen ten aanzien van een andere partij dan de klant en/of de eigenaar van de goederen. Deze rechten kunnen worden uitgeoefend voor hetgeen de klant nog verschuldigd is uit hoofde van eerdere bestellingen en voor elk bedrag dat onder rembours moet worden betaald.
Artikel 18 (Beëindiging van de overeenkomst)
In de versie van 2004 was er geen bepaling over beëindiging van de overeenkomst. Dit artikel is nogal eenzijdig geformuleerd in het voordeel van de expediteur. Als de expediteur bijvoorbeeld consequent toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van één of meer van zijn verplichtingen, kan de klant de overeenkomst met onmiddellijke ingang ontbinden nadat hij de expediteur per aangetekende brief op de hoogte heeft gesteld redenen die een termijn van minimaal 30 dagen toestaan voor de nakoming van de verplichtingen, terwijl als de klant consequent toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, de expediteur de overeenkomst kan ontbinden na een schriftelijke kennisgeving en daarbij een termijn van minimaal 14 dagen voor de nakoming in acht neemt van de verplichting. Indien echter de belangen van de expediteur bij een ongestoorde bedrijfsvoering onevenredig zouden worden geschaad, kan de expediteur de overeenkomst zonder inachtneming van een termijn ontbinden (artikel 18.3). Ook kan de expediteur de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigen in geval van insolventie van de klant, terwijl er geen bepaling in die zin bestaat ten gunste van de klant in geval van insolventie van de expediteur.
Artikel 20 (Verjaring en verjaring)
Niettegenstaande het geval dat de expediteur door derden aansprakelijk wordt gesteld voor schade, verjaart iedere vordering door het verstrijken van een termijn van 9 maanden en is iedere vordering jegens de expediteur verjaard. verjaard door het enkele verstrijken van een termijn van 18 maanden (artikel 20.1 en 20.2).
Artikel 23 (Arbitrage)
De geschillen die tussen de expediteur en zijn klant kunnen ontstaan, zullen onderworpen zijn aan arbitrage volgens het Fenex Arbitragereglement, maar de expediteur heeft de vrijheid om deze voor te leggen aan de bevoegde Nederlandse rechter in de vestigingsplaats van de expediteur. eventuele vorderingen tot opeisbare geldsommen waarvan de verschuldigdheid niet binnen vier weken na factuurdatum schriftelijk door de wederpartij is betwist (artikel 23.1).
Standaardovereenkomst voor Expeditie
De Nederlandse Vereniging van Expediteurs heeft tevens een Standaardovereenkomst voor haar leden gelanceerd die in de dagelijkse bedrijfsvoering kan worden gebruikt. Door gebruik te maken van dit standaardformulier worden de Fenex Voorwaarden gevolgd, tenzij in dit standaardformulier specifieke afzonderlijke afspraken zijn vermeld.
[1] Afdeling 3, artikelen 60-73 Sr